Onderzoeks blog
Je bent hier: Home / Onderzoeks blog / Wat laat online onderwijs inzien?

Wat laat online onderwijs inzien?

Wat laat online onderwijs inzien?

Alleen van kinderen kun je de dingen leren die over kinderen gaan. L. Malaguzzi

Nu mijn reguliere opleidingswerk op scholen nagenoeg is stil gevallen, schrijf ik over onderwerpen die deze crisis in mij naar de voorgrond brengen. Het eerste deel werpt licht op de moed die is gevraagd om continu in te stappen in het nieuwe/andere wat aan de orde is. Dit tweede deel gaat over wat online contact laat inzien en welke verschuiving dit te weeg brengt in onderwijs geven.

Het artikel is bedoeld als aanmoediging te leren van opgedane ervaringen en ze een plek te geven in de scholen als deze na de meivakantie weer open gaan.

Het lijkt erop dat we in de afgelopen bizarre weken meer basisrust hadden om naar het kind te kijken en de verschillen tussen kinderen waar te nemen, dan ervoor. Wellicht gesteund door het niet langer in één stramien stoppen, ontstond ruimte voor inspelen op de verschillen die we waarnamen.

Schrijnend zichtbaar worden de kinderen die we niet in beeld kunnen krijgen. Ze vergroten uit dat we hen met school, zoals we het tot nu toe hebben ingericht, niet kunnen bereiken. Het tegenover-gestelde gebeurt ook. We zien en horen kinderen, die we anders niet goed kunnen bereiken. Kinderen, die bijna schoolverlater dreigden te worden, leven op en werken harder dan ooit. We ontmoeten weinig uitgesproken kinderen, die leerkrachten met open armen ontvangen en met de Ipad het hele huis laten zien. We horen de stille kinderen uit de klas, waarvan sommigen nu ineens het hoogste woord hebben. En we zien de druktemakers, die ineens weinig ruimte blijken in te nemen. We kunnen er niet om heen: context doet veel met het gedrag van een kind.

De afgelopen weken hebben met elkaar het contact met kinderen zo ingericht, dat we niet om wat kinderen laten zien en horen heen kunnen. De nieuwe setting zorgt ervoor, dat 'gewoon' doorgaan met wat op het programma staat geen optie is. We 'moeten' luisteren naar onze behoefte eerst te weten hoe het met het kind gaat, horen waar zijn behoefte ligt. Ergens onbewust wetend, of juist heel bewust beseffend, dat het belangrijk is om het contact niet te verliezen.

Het beeld heeft hier ongetwijfeld ook iets in gedaan. Bij het online lesgeven zien we geen klas voor ons. We zien individuele kinderen met een eigen achtergrond. We krijgen letterlijk inkijkjes in hun leven. Openlijk wordt getoond wat er in en om hen heen is, wat hen beweegt en hoe hiermee wordt omgegaan. Die zichtbare achtergrond verdiept letterlijk de intimiteit van het contact. Tegelijkertijd geeft het de grootte aan diversiteit prijs, die 'voor' ons zit.

Veelal onbewust beseffen we, dat geven van onderwijs aan kinderen met ieder een eigen achtergrond vraagt om creëren van een gezamenlijke ruimte. Velen hebben een check-in-vraag ontdekt om te horen hoe het gaat, al dan niet persoonlijk of in relatie tot de leerstof.

Het stellen van een check-in-vraag boort verbinden aan op verschillende lagen.

  • -Verbinden met het persoonlijke, wat ieder zelf belangrijk vindt, wil weten, of fijn vindt werken;
  • -Verbinden met elkaar door de verschillen die er zijn, interesse wekkend in wat de ander weet;
  • -Verbinden met de leerstof, wat je weet, nog niet weet, wilt weten, wat je mist/nodig hebt.

Kinderen laten uit hun reacties blijken te snappen, dat leerstof veel breder is dan de schoolvakken. Bij het delen van hoe het gaat wordt er gesproken over een fijne plek om te werken en hoe ze ervoor zorgen dat de plek fijn blijft. Over wat ze doen als ze er alleen niet uit komen. Over hoe ze leren doorzetten, of over hoe lastig het is een computer te delen met nog twee broertjes. Anderen spreken over wat bang maakt en hoe ze daarmee omgaan, of wat blij maakt en waar ze meer over willen weten.

Antwoorden uit al deze verschillende invalshoeken weven samen tot een ruimte waarin de verschillende leerbehoeftes een plek krijgen. Besef hoe al de persoonlijke informatie bij elkaar je als leerkracht laat doorkijken naar een deel van een leerlijn/leergebied: dat waarover wordt geleerd en hoe dit wordt geleerd. De kunst is ons te laten inspireren door de ingrediënten die de kinderen aanreiken. Ze helpen jou als leerkracht de gehanteerde leerlijn uit de methode te componeren tot leerlandschap, waarin ruimte is voor verschillende behoeften van kinderen.

Vragen die je op idee kunnen brengen hoe een leerlandschap voor te bereiden, opdat je tijdens de les behoeften van kinderen een plek kunt geven als thema's om op in te spelen:

  • Welke behoefte heb je zelf?
  • Welke pedagogische behoeften spelen? Welke soorten activiteiten vraagt dit?
  • Wat is het didactische doel en hoe/in welke rollen leeft dit voor kinderen in hun dagelijks leven?
  • Wat hoor je waar kinderen zich bevinden op de leerlijn mbt dit doel?
  • (Wat vraagt inoefening, wat is nieuw en vraagt instructie, wat wil toegepast worden?)
  • Wat heeft met elkaar te gebeuren, wat in groepen, wat zelfstandig?
  • Welke (soort) uitleg is nodig voor wie?
  • Welk ondersteunend materiaal is nodig voor wie?
  • Wie kan wie helpen waarmee?
  • Persoonlijke taken formuleren in relatie tot het doel en thema's waarover geleerd wordt en waar we met elkaar naar toe werken. (Wat, hoe, waarmee, met wie, wanneer, welke toepassing?)
  • Wanneer komen we, waar/hoe op terug?
  • (Product, met doel-criteria én inrichten ruimte voor procesvragen. Bv: Hoe kom je tot een werkplan? Wat doe je met vragen of zorgen tijdens het proces? Wanneer ben je klaar, is het goed genoeg?)

In hoe kinderen leren en wat zij in het leerproces van ons nodig hebben, hebben we afgelopen periode inkijkjes gekregen. Inkijkjes die ons vooral bewust maken van verschillen. Verschillen in wat kinderen nodig hebben om aan het werk te gaan, of juist aan het werk te blijven. Verschillen in wat kinderen nodig hebben aan uitnodiging om te delen wat hen bezig houdt, of om vragen te stellen.

Aan de hand van het zien van deze verschillen hebben we een diversiteit aan vormen ontwikkeld, om erop in te spelen. Sommige kinderen worden gebeld in de ochtend, omdat ze een wake-up call nodig hebben. Anderen worden gebeld/bellen in omdat ze het alleen even nodig hebben om te laten zien hoe ze bezig zijn. Voor weer anderen organiseren we de mogelijkheid om vragen te stellen, of een maatje te consulteren. En voor weer andere kinderen werk we intensief samen met ouders. Allemaal vormen die op een of andere wijze een plek verdienen in het leerlandschap, als de scholen fysiek weer open gaan.

Ik wens dat we straks, als we weer op school zijn, de rust blijven houden om ieder kind te zien en horen waar het is. Dat we ons blijven openen voor wat het kind meemaakt, luisteren naar wat ze ons vertellen en ons onderwijs erdoor laten inspireren. Dat we tijd en ruimte blijven nemen voor uitwisselen met elkaar, om samen te leren hoe nieuwe ontdekkingen in te passen in het bestaande.

Wellicht is het een idee om deze week stil te staan bij ieder kind en een kenmerkend moment/ anekdote op te schrijven, die je heeft ontroert. Het maakt bewust, wat jij kunt doen in relatie tot dit kind. Op deze wijze vervliegen de ervaringen niet en blijven ze inspireren het gepersonaliseerde onderwijs vorm te geven waar we met z'n allen afgelopen weken keihard aan hebt gewerkt.

Annemarie Wenke

Bevrijdingsdag 2020

Download PDF: Wat laat online onderwijs inzien?