In hoeverre benut jij de ruimte als derde pedagoog?
Waarom de ‘Derde Pedagoog’ het Daltononderwijs tot leven wekt.
Door Tabitha Verhulst, daltonopleider bij Wenke Perspectief
Hoe we een klaslokaal inrichten, bepaalt meer dan we denken. De ruimte stuurt gedrag, nodigt uit tot samenwerking of juist tot stilzitten en leert daarmee mee. In deze tekst verkennen we de ruimte als derde pedagoog: een actieve kracht die het Daltononderwijs tot leven wekt en kinderen uitdaagt om te bewegen, te ontdekken en verantwoordelijkheid te nemen.
We schrijven 2026. Al decennialang praten we over vernieuwing, maar wie een gemiddeld klaslokaal binnenstapt, ziet vaak nog hetzelfde beeld als dertig jaar geleden: tafeltjes, stoeltjes en leerlingen die gemiddeld 13.000 uur van hun schoolcarrière zittend doorbrengen. Is dit de plek waar we kinderen leren om de wereld te ontdekken? Het is tijd om het roer om te gooien en de ruimte eindelijk de plek te geven die het verdient: die van de derde pedagoog.
Het Dalton-experiment: meer dan stokjes en blokjes
Daltononderwijs valt of staat met een feilloos klassenmanagement. Maar laten we eerlijk zijn: als we de hele dag keurig twee aan twee in de rij zitten, blijft het Daltonrendement beperkt. Natuurlijk hebben we 'stokjes en blokjes om beurten te reguleren, maar dat is geen Daltononderwijs.
Echt Daltononderwijs is een experiment. Het is een speelveld waar kinderen elkaar ontmoeten, samenwerken en experimenteren. Dat vraagt lef.
Dat vraagt niet om een statisch lokaal van 45 m², maar om een dynamische omgeving die uitnodigt tot doen.
Aan het begin van de 20ste eeuw toonde Helen Parkhurst ons al de weg. Toen zij geconfronteerd werd met een kleine ruimte vol kinderen van verschillende leeftijden, nam ze een radicaal besluit: ze haalde eigenhandig de banken uit de ruimte. Parkhurst begreep dat een starre inrichting de groei van het kind in de weg staat.
Anno 2026 moeten we onszelf de vraag stellen: hebben wij diezelfde moed? Durven wij kritisch te kijken naar onze eigen muren?
De 'derde pedagoog' is de omgeving die de leerling uitdaagt wanneer de leerkracht even niet kijkt. Waarom blijven we binnen de muren van het lokaal als de wereld buiten wacht?
- Het schoolplein van pauzeplek naar een inspiratieplein.
- Het bos om de hoek als biologielokaal.
- De teamkamer die overdag leeg staat, als de perfecte plek voor een projectgroep.
- Het museum of het buurthuis als verlengstukken van onze didactiek.
Een Daltonschool zou geen verzameling lokalen moeten zijn, maar een flexibele habitat.
Schrijven op de ramen, meubilair dat meebeweegt met de opdracht en technologie die de verbinding legt met experts aan de andere kant van de wereld.
Laten we één misverstand uit de wereld helpen: ruimte geven is niet hetzelfde als 'laat maar waaien'. Juist waar duidelijke regels en structuren zijn, ontstaat de vrijheid om te ontdekken. Ruimte biedt de psychische en sociale zuurstof die een kind nodig heeft om denkkracht te genereren. In die ruimte ontmoet het kind zichzelf, de ander en de wereld. Het leert er grenzen kennen en ontdekt wat ware vrijheid inhoudt.
Kijk door de ogen van het kind. Stel jezelf de vraag als je morgen je school binnenloopt: Zou ik hier als kind willen zitten? Word ik hier blij van? Daagt deze plek mij uit om verantwoordelijkheid te nemen?
De inrichting van een flexibele basisschool is een continu proces. Het vraagt om het gesprek met collega’s, ouders en – cruciaal – de kinderen zelf. We pleiten voor zelfstandigheid en samenwerking; laten we dat dan ook voorleven in de manier waarop we onze gebouwen bewonen.
Mag ik je uitnodigen: ga het doen!
Kleine stappen maken grote verschillen. Haal die extra kast weg, gooi de deuren open, betrek de wijk bij je onderwijs. Dalton is een parallel proces: we leven voor waar we voor staan. Wees kwetsbaar, experimenteer, durf fouten te maken.
Geef het kind letterlijk de ruimte. Want pas als muren vervagen, krijgt de geest de kans om te groeien.